Verhalen

Paling
Sytse
Poep

Paling

Gisteravond zat ik aan tafel bij Fokke, de jonge boer van de boerderij die ik steeds teken, met een grafiek voor me uit de Noord Hollandse Landbouwkrant, die hij mij onder de neus had geduwd. Ik schoof mijn pannekoek, uit vette boerenmelk bereid, opzij en tuurde naar de grafiek. De lijn vormde een gebergte met veel dalen. Kijk, zei hij, de melkprijs ligt nu, in 2010, lager dan tien jaar geleden, in 2000. Water is in de supermarkt nu duurder dan melk.

Ik keek naar zijn opgezwollen vingers en naar de stapels rekeningen van de melkfabriek, van allerlei verboden uit Brussel en boetes die je krijgt als je wat extra poep op je land uitrijdt, of als ze een miligram fosfaat in je bodem ontdekken, of als je de ganzen verjaagt die in honderdtallen op je land nestelen, en al het gras opvreten. Toen keek ik naar buiten, naar het meer..

Weet je, Fokke, dat de paling die hier in het meer zwemt, als hij wil paren, 5500 kilometer zwemt naar de Sargossozee, waar hij geboren is? Op instinct, en zonder iets te eten. Hij zwemt hier het meer uit, gaat rechtsaf naar Workum, links naar het IJsselmeer . Kruipt daar over de dijk, plons, en bij de sluizen aangekomen laat hij zich meevoeren, zo van zoet naar zout water, geen probleem voor die aal, en dan nog 5490 kilometer over de Noordzee naar de Atlantische Oceaan. En dat doet hij omdat hij zich alleen wil voortplanten daar waar hij geboren is. En als hij dat daar, in die gevaarlijke Bermudadriehoek heeft gedaan- wat nog nooit iemand gezien heeft-, dan sterft hij. En die kleine baby-aal, die moet dan op instinct terug. Naar dit meer!

Dus weet je wat ik denk: die paling heeft heimwee, net als ik. Ik wil hier ook altijd terugkomen.

Er zijn hier palingen van vijfentachtig jaar, zei Fokke. Dat zien ze aan de jaarringen in hun oren, net als bij bomen. Ze worden ouder dan ik. Hij lachte. Ja zei ik, en jullie horen beiden tot een uitstervend ras. Toen stond hij op om te gaan melken.

Elsbeth van Dijk, Haarlem 2011 ©